In de beperking toont zich de meester

Waarom zou je als jurist eenvoudige teksten schrijven? Om je lezer te bereiken! In de 'beperking' van het eenvoudige taalniveau toont de meester zich meester. In deze blog lees je hoe je van een ingewikkelde, onappetijtelijke tekst een hapklare brok maakt.

Taalniveaus C2, B2 en B1

Hoe vaardig je in taal bent, meten we met taalniveaus. Voor de verschillende taalniveaus gebruiken we de letters A1, A2, B1, B2, C1 en C2. Juristen schrijven vaak op niveaus C1 en C2. Laten we C2 'meesterschap' noemen, B2 'gevorderd' en B1 'normaal'.

80% begrijpt taalniveau B1

Het taalniveau B1 is 'normaal', omdat zo'n 80% van de mensen een B1-tekst begrijpt. Bedenk daarbij dat ook de taalvaardige lezer – zoals een collega-jurist – een eenvoudige tekst waardeert.

Taalniveau B2 en hoger te moeilijk

Schrijf je op B2-niveau? Dan begrijpt nog maar zo'n 40% van de mensen je. En C2-niveau? Dan heb je het nog over zo'n 5% die je kan volgen. Dan kun je de tekst beter niet schrijven, tenzij je zeker weet dat je alleen C2-lezers hebt die jouw taalvirtuositeit waarderen.

Laat je meesterschap zien op taalniveau B1

Schrijven op taalniveau B1 ziet er eenvoudig uit. Maar dat is het zeker niet! Hoe ga je van taalniveau C2 naar B1? Een voorbeeld.

Voorbeeld taalniveau C2

De tekst hieronder komt van onze wetgever. In de tekst staat uitleg over een aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964. Het gaat over de 30%-regeling. Dat is de regeling op grond waarvan expats 30% van hun bruto loon netto mogen ontvangen. De tekst is één zin van 144 woorden (!).

Omdat het kunnen toepassen van de 30%-regeling mede afhankelijk is van het hebben van een zogenoemde 30%-beschikking (artikel 10ei UBLB 1965) en deze beschikking bij aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer afhankelijk van het moment van de aanvraag terugwerkende kracht kan krijgen tot en met de aanvang van de tewerkstelling, is in het voorgestelde artikel 31a, achttiende lid, Wet LB 1964 voor de situatie dat binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling als ingekomen werknemer een aanvraag voor de beschikking wordt ingediend, opgenomen dat de keuze van de inhoudingsplichtige om de werkelijk gemaakte ETK te vergoeden dan wel de 30%-regeling toe te passen in afwijking in zoverre van artikel 31, zeventiende lid, eerste zin, Wet LB 1964 voor het eerst dient te worden gemaakt ter zake van het eerste loontijdvak na afloop van de eerste vier maanden na aanvang van de tewerkstelling.

Tussenstap: naar taalniveau B2

De tekst zie er op taalniveau B2 bijvoorbeeld zo uit:

De 30%-regeling mag je alleen toepassen als je daarvoor goedkeuring hebt gekregen in een zogenoemde 30%-beschikking. Vraag je de beschikking binnen vier maanden na de start van de tewerkstelling aan? Dan heeft de beschikking terugwerkende kracht tot de startdatum van het werk. Voor die situatie hebben we aan artikel 31a Wet LB 1964 een achttiende lid toegevoegd. In dit nieuwe lid staat wanneer de werkgever de eerste keer moet kiezen voor of het vergoeden van de werkelijk gemaakte exterritoriale kosten of voor het toepassen van de 30%-regeling. De werkgever maakt die keuze voor het eerst over het eerste loontijdvak na afloop van de eerste vier maanden van de tewerkstelling. Het eerste keuzemoment kan dus afwijken van de regeling in het zeventiende lid van artikel 31a Wet LB 1964.

We zijn van één zin naar zeven zinnen gegaan. De tekst is al wat actiever geschreven en sommige moeilijke woorden zijn vervangen of weggelaten. Ook voor een jurist een stuk prettiger om te lezen dan de C2-tekst. Maar het blijft een pittige tekst. Daarom een laatste stap, naar taalniveau B1.

Eindresultaat: de tekst op taalniveau B1

De 30%-regeling mag je alleen gebruiken als de Belastingdienst dat goedkeurt. De goedkeuring krijg je schriftelijk. Dat noemen we de 30%-beschikking. Vraag je de goedkeuring aan binnen vier maanden na de start van de werknemer? Dan gaat de goedkeuring in op de eerste werkdag. Dat regelen we in een nieuw achttiende lid van artikel 31a Wet LB 1964.

Je zult misschien zeggen dat ik veel informatie heb weggelaten. Dat klopt: schrijven is schrappen. De kern van de boodschap is overgebleven en daar gaat het om.

Drie redenen om op taalniveau B1 te schrijven

B1 is duidelijk en beknopt

Op B1-niveau schrijf je duidelijk en beknopt. Je maakt het niet onnodig ingewikkeld met details die er (voor de lezer) niet toe doen. Je lezer begrijpt je boodschap en dat wil je als schrijver bereiken.

B1 is een goede balans tussen eenvoud en complexiteit

Het B1 taalniveau is is niet te eenvoudig, waardoor de tekst saai of oppervlakkig wordt, maar ook niet te complex, waardoor lezers afhaken. Op B1-niveau schrijf je jouw boodschap op een aantrekkelijke en toegankelijke manier, terwijl je toch voldoende diepgang biedt.

B1 is professioneel

Het B1 taalniveau is geen 'Jip en Janneke taal'. Het is taal met een professionele uitstraling. Gebruik het in e-mails naar collega's, klantgerichte teksten en al je andere zakelijke teksten.

Juridische tekst op taalniveau B1 altijd mogelijk?

Vaak wel, maar zeker niet altijd. Voor mij als juridisch tekstschrijver is taalniveau B1 ook niet heilig. Je ontkomt er soms niet aan dat passages van een hoger taalniveau zijn, bijvoorbeeld door het gebruik van 'verplichte' vaktaal. Denk aan wettelijke begrippen die je in je tekst overneemt omdat hij anders niet meer waterdicht is. Probeer dan wel die begrippen in eenvoudiger taal uit te leggen. Het eindresultaat is een langere tekst, maar wel eentje die te begrijpen is. 

En last but not least: je kunt voor een juridische tekst altijd de tekststructuur van een B1-tekst gebruiken:

  • duidelijke (tussen)kopjes;
  • belangrijkste boodschap van een alinea in de eerste zin;
  • één boodschap per zin;
  • korte, actieve zinnen;
  • opsommingen.

Een reactie posten (0)
Nieuwer Ouder